PwC: On- en offline verkoopkanalen versterken elkaar onvoldoende

Winkelketens zijn onvoldoende in staat om hun online en offline verkoopkanalen elkaar te laten versterken. Retailers bieden de consument vaak niet de juiste combinatie van online en offline winkelen, waardoor deze zelf op zoek gaat naar de optimale winkelervaring. Een gemiste kans, omdat winkelketens hierdoor omzet mislopen. Dat blijkt uit het PwC-onderzoek ‘Customers take control’ waarvoor 7.000 online shoppers werden geïnterviewd in acht landen waaronder Nederland.

In West-Europa winkelt circa veertig procent van de consumenten online. In Nederland is dit 56 procent. Naar verwachting bedraagt dit percentage in 2015 voor West-Europa vijftig procent en voor Nederland en het Verenigd Koninkrijk bijna zeventig procent. De frequentie van online aankopen ligt in Nederland wel aanzienlijk lager dan in het Verenigd Koninkrijk de VS of China. 2,6 aankopen per maand tegenover 8,4 in China, 5,2 in de VS en 4,3 in het Verenigd Koninkrijk. Daarbij geldt internationaal dat meestal nationale merken online domineren. Zo zijn de vijf populairste Nederlandse retailers die ook actief zijn met een webshop: HEMA, H&M, Blokker, Kruidvat en Albert Heijn.

Persoonlijke top vijf

Consumenten zijn – niet verrassend – met name op zoek naar gemak. Dat vertaalt zich in het online en offline bij verschillende retailers (onder)zoeken van producten om het vervolgens ergens anders online of offline te kopen. Dit soort gedrag maakt het voor retailers moeilijk om mensen aan hen te binden. Daar komt bij dat respondenten er in toenemende mate voor kiezen om maar bij een paar partijen online te kopen. Zo geeft 86 procent aan bij maximaal vijf partijen online te shoppen. Het is voor retailers zaak om onderdeel te worden en te blijven van die persoonlijke top vijf. Dat te kunnen doen vraagt een diepgaande kennis van de voorkeuren die consumenten hebben in de verschillende stadia van het koopproces.

Onvoldoende versterking
Veel retailers zijn nog onvoldoende ingericht op een echte, efficiënte multi-channel aanpak. Ze zien hun online en offline winkels nog als twee op zichzelf staande operaties. Door de samenwerking te zoeken, kun je veel meer halen uit beide kanalen, zowel in termen van omzetgroei als kostenbesparing. Bij voorbeeld door mensen via online naar fysieke winkels te trekken en vice versa.
Daarnaast switchen consumenten tussen kanalen in de verschillende fasen van het koopproces. In iedere fase heeft een bepaald kanaal de voorkeur. Bijvoorbeeld online onderzoeken en kopen in de fysieke winkel. Uit het PwC-onderzoek blijkt dat slechts weinig retailers deze voorkeurspatronen in kaart brengen. De meeste retailers hebben geen database waarin online en offline klanten gevolgd worden, om deze waardevolle info vervolgens te combineren en gebruiken om in te spelen op hun individuele wensen. Laat staan dat het on- en offline winkelconcept er optimaal op aansluit.

Retailers in 2020: online winkelcentra

In haar rapport schetst PwC een vergezicht voor deze snel veranderende sector. Volgens de adviesorganisatie zijn in 2020 de meest succesvolle online retailers in staat om hun klanten snel door een groot productaanbod te leiden naar het product van hun keuze. Een product wat consumenten vervolgens nog actiever zullen delen met hun omgeving via social media. Ook worden producten steeds vaker thuis bezorgd of online besteld en in een winkel opgehaald.
“Deze nieuwe realiteit vraagt een nieuwe manier van omgaan met voorraden en een andere manier van inrichten van het fysieke winkelconcept. We zullen zien dat retailers de fysieke winkel steeds meer zullen inzetten als een verlengstuk van online. Bijvoorbeeld in de vorm van een showroom, waar online items afgehaald of geruild kunnen worden. Dit betekent dat ze minder voorraad nodig hebben, daarmee minder werkkapitaalbeslag zullen hebben, waardoor ze efficiënter en winstgevender kunnen zijn. Een groot goed in de huidige competitieve retailmarkt,” aldus Dennis van Ameijden, partner en voorzitter van de Retail & Consumer groep bij PwC.

Bronnen:

http://www.emerce.nl/nieuws/pwc-online-offline-verkoopkanalen-versterken-elkaar-onvoldoende

http://managersonline.nl/nieuws/11977/on–en-offline-verkoopkanalen-versterken-elkaar-onvoldoende.html


Eigen sociaal netwerk levert nog altijd meeste voordeel op

Het gebruik van Facebook en Twitter kan een positieve impact hebben op de resultaten van bedrijven, maar het opzetten van een eigen virtuele merk-community kan nog een groter voordeel opleveren. Dat is de conclusie van een onderzoek van onderzoekers aan de University of Michigan. Sociale netwerken van derde partijen hebben volgens de onderzoekers weliswaar een groot publiek en een lage kostenstructuur, maar zijn minder efficiënt dan een eigen sociale infrastructuur. Interne netwerken leveren volgens de onderzoekers snel positieve resultaten op.

“De consument besteedt op dit ogenblik meer tijd aan sociale netwerken en blogs dan aan andere online activiteiten en het bedrijfsleven volgt die trend,” merkt Puneet Manchanda, professor marketing aan de Ross School of Business aan de University of Michigan, op. “Verwacht wordt dat sociale media over vijf jaar ongeveer 20 procent van de totale marketing-budgetten zullen vertegenwoordigen. Hoewel de meeste bedrijven daarbij gebruik maken van sociale netwerken van derde partijen, zijn een aantal ondernemingen echter eigen netwerken opgestart.”

Uit een onderzoek bij een retailer van boeken en muziek is volgens de Amerikaanse wetenschappers gebleken dat interne sociale netwerken de omzet bij de leden van hun online community met 19 procent doen stijgen. Die omzetstijging zou ook duurzaam zijn, ook lang nadat de nieuwigheid van de toetreding tot het netwerk is weggeëbd. Evenmin zou er sprake zijn van een kannibalisering tussen de verschillende verkoopkanalen. Er wordt aan toegevoegd dat de omzetgroei vooral te wijten is aan een grotere frequentie van de aankopen.

Bovendien wordt opgemerkt dat een eigen sociaal netwerk ook leidt tot een groter engagement bij de consument en de mogelijkheid biedt om beter gerichte promoties te voeren.

Bron: http://www.express.be


Zakelijk gebruik social media neemt toe

Het zakelijk gebruik van sociale media in Europa is het afgelopen jaar aanzienlijk gestegen ten opzichte van 2010. Dit blijkt uit een onderzoek van Projectplace International, een Zweeds bedrijf dat softwaretools voor online projectsamenwerking levert. Het onderzoek werd uitgevoerd onder twaalfhonderd projectmanagers en -medewerkers in Nederland, Scandinavië, Duitsland, Groot-Brittannië en Frankrijk. Nederland scoort hoger dan het gemiddelde.

In 2010 gebruikte slechts 23 procent social media in zakelijke context en in 2011 is dit bijna verdubbeld naar 40 procent. Nederland scoort zelfs hoger dan het Europese gemiddelde, hier zet 45 procent social media in op werkniveau.

Ondanks deze stijging is er nog steeds een groot deel van de bedrijven dat niet achter deze ontwikkeling staat. 35 procent van de respondenten uit het onderzoek geeft aan dat social media niet toegankelijk is op het werk. Nederland is in vergelijking met de andere deelnemende landen hierin al een stuk verder, slechts een kwart van de respondenten mag op het werk niet van social media gebruikmaken.

Het onderzoek laat ook zien dat het communiceren met collega’s (42 procent) en delen van informatie (42 procent) binnen Nederland de twee belangrijkste zaken zijn waarvoor social media zakelijk gebruikt wordt. Vooral deze laatste is belangrijk voor projectleden, aangezien het ‘vinden van de benodigde informatie’ de grootste uitdaging is bij werken in projecten. Ook voor het monitoren van nieuws (21 procent) en klantcontact (18 procent) wordt social media ingezet.

Bron:  http://www.computable.nl/artikel/nieuws/internet/4357968/1282763/zakelijk-gebruik-social-media-neemt-toe.html#ixzz1kMLD7BAc


Top vijf van denkrichtingen voor optimalisering van talentontwikkeling

Het oplossen van de problemen vraagt om maatwerk en niet een standaardoplossing. Hieronder staat een top vijf met een korte uitwerking van denkrichtingen op dit gebied. Hierbij de opmerking dat het deze denkrichtingen bruikbaar zijn als kapstok voor een goede discussie over het belang van een visie op talent en de uitvoering hiervan. Laat het echter niet blijven bij woorden en ga, zoals Goethe beschreef, over tot daden want talentontwikkeling is voor uw concurrentiepositie te belangrijk om te laten liggen.

1. Alle budgetten, die verband houden met talentontwikkeling, worden samengevoegd tot één centraal talentbudget, met de uitzondering van het MD-budget. Door uit te gaan van één noemer voorkomt u oeverloze discussies en machtsstrijd over uit welk ‘potje’ het budget moet komen.

2. Iedere medewerker krijgt een persoonlijk talentbudget dat naar eigen inzicht te besteden is voor de ontwikkeling van de individuele talenten. Dit talentbudget staat los van de inspanningen en kosten die worden gemaakt voor het behalen en behouden van de functiegerelateerde vakbekwaamheid (opleidingen, workshops, jaarlijkse certificeringen, etc.). Gevolg is dat de directe verantwoordelijkheid en betrokkenheid voor de individuele talentontwikkeling grotendeels wordt verschoven van manager naar werknemer, wat ook passend is bij het begrip ‘Architect van de eigen loopbaan’.

3. Talentontwikkeling en het centrale en persoonlijke talentbudget worden geïntegreerd in de uitwerking van visie van de organisatie en tevens in alle relevante aspecten van het strategisch plan en de begroting. Talentontwikkeling wordt dus niet meer als afzonderlijke HR-paragraaf opgenomen en dient in alle opzichten onderdeel te zijn van het dagelijks denken, doen en verantwoorden binnen de organisatie. Kortom, talentmanagement is ‘daily business’

4. Wijs de verantwoordelijkheid voor monitoring van het persoonlijk talentbudget en uitvoering van het beleid toe aan de verantwoordelijke businessmanagers, waarbij zij maximaal worden gefaciliteerd om aandacht te geven aan talentontwikkeling. Kortom, leg de operationele verantwoordelijkheid voor beleidsuitvoering neer waar het allemaal gebeurt en niet bij een stafafdeling.

5. Als laatste een vraag die interessant is voor het opstarten van een relevante discussie met als doel een verdere professionalisering op het gebied van talentontwikkeling te bewerkstelligen: is de invulling van de rol van HRM-adviseur binnen uw organisatie nog passend gezien de huidige en toekomstige ontwikkelingen, of zouden managers en werknemers meer gebaat zijn bij het flexibel invliegen van specialisten op het gebied van HRM, waaronder een specialist voor talentontwikkeling (waarvan de kosten worden voldaan uit het centrale talentbudget)?

Wilt u meer lezen, dan kan dat op Managersonline.nl


Pesten op het werk leidt tot vertrek, ontslag en stress

Heel aardig zijn we niet altijd voor onze collega’s, maar wanneer wordt een geintje een pesterij? Lang niet al het vervelende gedrag op de werkvloer ervaren mensen als pesten. Maar als iemand zich wel gepest voelt, heeft dat serieuze gevolgen. Dit blijkt uit onderzoek van Intermediair onder 530 hoogopgeleiden.

60 procent is het wel eens overkomen dat collega’s onaardige opmerkingen over hen maakten achter hun rug om. 45 procent van deze mensen heeft dat ook ervaren als pesten. 34 procent van respondenten ontvingen belangrijke e-mails of documenten niet en werden buiten de loop gehouden. 45 procent van hen voelde zich daardoor gepest. Als spullen geleend waren en expres niet teruggebracht werden, voelde 67 procent zich gepest. Zes procent van respondenten heeft dat wel eens meegemaakt.

Serieuze gevolgen

Als het gepest niet vanzelf ophoudt, zit er vaak voor de gepeste niet veel anders op dan te vertrekken: zeven procent van de gepeste respondenten veranderde van functie in hetzelfde bedrijf. Twaalf procent vertrok naar een andere werkgever. Een respondent is zelfs ontslagen nadat hij het pesten aankaartte. Slechts in vier procent van de gevallen werd de pester overgeplaatst. Twaalf van de 530 respondenten heeft als gevolg van pesten enige tijd ziek thuis gezeten. Pesten vertaalde zich ook regelmatig in stress. Die stress wordt weer afgereageerd op het thuisfront, meldden
respondenten.

Actie ondernemen
Wie gepest werd zocht steun bij directe collega’s (36 procent) of sprak met de pester zelf (34 procent). 33 procent ondernam helemaal geen actie als hij gepest werd. De meeste vonden het pesten niet erg genoeg om actie te ondernemen, maar sommige respondenten deden ook niets omdat ze zich niet wilden laten kennen. Eén respondent had een straffe oplossing. Hij gaf zijn pester een tik. “Die doet het nooit meer.

 

Bron:

http://managersonline.nl/nieuws/11749/pesten-op-het-werk-leidt-tot-vertrek%2C-ontslag-en-stress.html

http://drimble.nl/weblogs/media/7001467/intermediair-pesten-op-het-werk-leidt-tot-vertrek-ontslag-en-stress.html


De consequentie van het niet stellen van de juiste vragen in de werving en selectieprocedure

‘Hoe kunnen we van onze fouten leren als we niet weten wat we doen?’. In hoeverre dekt deze uitspraak van Marco Geurens de lading bij het werving & selectieproces dat binnen veel organisaties wordt toegepast? Zoals beschreven in dit artikel wordt tijdens de werving & selectieprocedure te weinig gebruik gemaakt van het onderbuikgevoel. Veelal wordt gekeken naar het CV, de sollicitatiebrief en de eerste indruk tijdens een sollicitatiegesprek.

Dit aangevuld met assessments, die vaak gebaseerd zijn op een momentopname. De vraag is echter hoe relevant bovenstaande zaken zijn voor de werving & selectie van de juiste persoon op de juiste plaats en wat de rol is van de sociale context.

De verpakking of de inhoud

Marco Geurens, Strategisch Analist bij HypoCasso en afgestudeerd op een gedragswetenschappelijk onderwerp, en Richard van der Lee, Manager Particulieren Rabobank Bollenstreek, zijn beiden van mening dat de huidige wijze van werving & selectie binnen organisaties uiteindelijk zorgt voor onnodige mismatches. Los van het menselijke aspect heeft dit ook de nodige nadelige financiële consequenties voor organisaties. Geurens en Van der Lee beschrijven dit als volgt: “Organisaties hebben er belang bij dat een goede match wordt gerealiseerd tussen de openstaande vacature, de organisatiecultuur en de kandidaat. Eenvoudig gezegd dienen de individuele talenten van de kandidaat te passen bij de huidige en toekomstige vereisten die van belang zijn voor de organisatie. Door echter uit te gaan van oppervlakkige informatie en het niet stellen van de juiste vragen tijdens de werving & selectieprocedure worden de motieven en gedragingen van kandidaten regelmatig onvoldoende in beeld gebracht. Hierdoor ontstaat alleen een beeld van de ‘verpakking’ en niet van de ‘inhoud’. Heeft u tijdens een werving & selectiegesprek bijvoorbeeld wel eens vragen gesteld over de opvoeding van een kandidaat, de wijk waar de kandidaat is opgegroeid, het opleidingniveau van de ouders, relevante gebeurtenissen die in de jeugd van de kandidaat hebben plaatsgevonden en van belang zijn voor het huidige ‘zijn’ van de kandidaat?”

Lees verder op: http://managersonline.nl/nieuws/11732/de-consequentie-van-het-niet-stellen-van-de-juiste-vragen.html


Vijf grootste ergernissen van de werkvloer

“Op veel Nederlandse werkvloeren blijken diverse aspecten voor veel irritatie te zorgen. Crashende computers, ellebogenwerk, slechte sfeer en personeel dat lange rookpauzes neemt zijn een doorn in het oog van veel werknemers. Dit blijkt uit onderzoek naar ontevredenheid op de werkvloer dat Multiscope uitvoerde onder 1.000 leden van haar Business to Business panel.

Werknemers ergeren zich het meest aan software of het bedrijfsnetwerk dat niet werkt. Maar ook ellebogenwerk en slechte sfeer zorgen voor veel irritatie. De top vijf ziet er als volgt uit: 1. Niet functionerend netwerk of slecht werkende software (82 procent) 2. Ellebogenwerk om hogerop te komen (75 procent) 3. Slechte sfeer op werkvloer (68 procent) 4. Collega’s die te laat komen (66 procent) 5. Luid pratende of bellende collega’s (65 procent) Daarnaast zijn de belangrijkste ergernissen collega’s met een 9-17 mentaliteit en collega’s die te luid praten of lange rookpauzes nemen. Ruim één op de vier denkt het werk van zijn direct leidinggevende beter te kunnen dan de leidinggevende zelf. Bij mannen is dit zelfs bijna een derde. Leidinggevenden moeten vooral beter luisteren en duidelijker communiceren.

Crisis

Uit het onderzoek blijkt ook dat 70 procent van de werknemers zucht onder de economische crisis en dat deze invloed heeft op het dagelijkse werk. Zo merken ongeveer twee van de vijf dat er bij zijn werkgever meer op de kleintjes gelet wordt. Een derde van de werknemers heeft te maken met hogere werkdruk omdat als gevolg van de crisis hetzelfde werk met minder personeel gedaan moet worden. Bij 77 procent zorgt dit voor stress tijdens het werk.”

 

Lees verder op: http://www.managersonline.nl/nieuws/11721/top-vijf-ergernissen-op-de-werkvloer.html


Werkgevers en werknemers staan niet op één lijn op het gebied van flexibel werken

Uit onderzoek van Motivaction, blijkt dat werkgevers en werknemers oniet op één lijn zitten op het gebied van flexibel werken. Hoeveel werkgevers vaak aangeven dat flexwerken een bespreekbaar punt is, blijkt dat de meeste werknemers die niet zo ervaren.

Ruim twee op de vijf werkgevers geeft aan regelmatig met zijn werknemers te spreken over het optimaliseren van de balans tussen werk en privé. Dat terwijl slechts negen procent van de werknemers dit stelt. De beleving van werkgevers en werknemers verschilt als dag en nacht.

Martijn de Wildt, mede-initiator van Maatwerken en directeur-eigenaar van Qidos: ‘Onderwerpen als flexibel werken komen alleen aan bod tijdens functioneringsgesprekken of beoordelingsgesprekken, als ze überhaupt al worden besproken. Maar werkgevers en werknemers beginnen er vaak alleen over als de werknemer zelf de behoefte uit. Voor werknemers kan dit een grote drempel zijn. Het is zeker niet een standaard onderwerp van dagelijkse gesprekken.’

Uit het onderzoek blijkt dat werkgevers en werknemers het wel eens zijn over de benodigde voorwaarden voor een goede werk-privé balans en de regels voor het implementeren van flexibel werken. Zo geven beide partijen aan dat flexibel werken moet worden geïmplementeerd aan de hand van duidelijke regels die op iedereen van toepassing zijn. Een goede relatie met de leidinggevende is volgens beide partijen bevorderlijk voor de balans tussen werk en privé.

Bron: http://financieel-management.nl/content/view/16078/werkgevers-en-werknemers-niet-op-n-lijn-op-gebied-flexibel-werken


Zeven tips om succesvoller te netwerken

Netwerken vraagt training en doorzettingsvermogen

1 december 2011 – In de afgelopen tijd heeft u, en met u vele andere professionals, meerdere uitnodigingen ontvangen om zogenaamde netwerkbijeenkomsten te bezoeken. Deze bijeenkomsten worden gezien als goede mogelijkheid om te werken aan het vinden van nieuwe businesskansen. Op deze bijeenkomsten kan immers ‘kruisbestuiving’ ontstaan.

Hier kunt u toekomstige partners ontmoeten, nieuwe inzichten opdoen en vervolgens starten met het werken aan gezamenlijk nieuwe business. Helaas leidt dit ‘netwerken’ vaak tot helemaal niets. Dit stelt Arun SwamiPersaud, organisatie- en innovatieadviseur bij The Bridge business innovators. U  kunt talloze uren aan netwerken besteden. Tijdens de bijeenkomst worden ongetwijfeld interessante discussies gevoerd en ontstaan mooie ideeën. Maar meestal blijft het daar dan bij. De waan van de dag en gebrek aan implementatiekracht zorgen ervoor dat al het opgedane enthousiasme tijdens een netwerkbijeenkomst als sneeuw voor de zon verdwijnt nadat u weer bent teruggekeerd in uw eigen organisatie.

Tips
Het is echter mogelijk om doelgerichter aan de slag te gaan met netwerken en daadwerkelijk meer nieuwe business te halen uit het netwerk. Dat vergt een denkwijze waarbij u bereid moet zijn om zaken los te laten wanneer dit kan en vast te grijpen wanneer dat moet. Een aantal tips:

1. U kunt meer zijn
Wellicht is het goed om een keer stil te staan bij hoe u het bedrijf waar u werkt ziet en hoe een buitenstaander het kan zien. Vaak wordt bij een introductie het bedrijf op relatief eenduidige wijze gedefinieerd: wij zijn een bedrijf uit de transportsector, in de olie of in de food, et cetera Maar laat u daarmee zien wat uw bedrijf echt te bieden heeft en welke sterktes voor anderen interessant kunnen zijn? Welke markten en klantgroepen kent u goed, welke technologieën beheerst u? Dat is uw aanbodkant. Maar bedenk ook bij wat voor nieuwe business uw bedrijf zelf baat heeft. Wat zoekt en vraagt u? Als u zo voorbereid naar een netwerkbijeenkomst gaat, heeft u veel meer aangrijpingspunten om op zoek te gaan naar nieuwe kansen. Uw blikveld is verruimd en u vergroot de kans op kansrijke ontmoetingen.

2. Zoek naar de toevalligheid
Zoek in de bijeenkomst personen met wie u intuïtief een klik hebt. Dit zijn mensen die u intrigeren en die ook aandacht en interesse voor u hebben. Knoop met hen het gesprek aan. In deze fase hoeft u zich niet druk te maken over resultaten die de bijeenkomst wel of niet direct gaan opleveren. Luister, observeer en deel uw inzichten. Bij een netwerkbijeenkomst kunt u zeer veel mensen ontmoeten. Het is echter nu niet van belang hoeveel gesprekken u voert. Een beperkt aantal goede gesprekken is zeker ook de moeite waard. Probeer echt wezenlijke gesprekken te voeren met de personen die u ontmoet. Investeer in het gespreksmoment met uw partner. Denk na over de uitdagingen waarmee de ander zit. Toon uw bereidheid om te brengen en niet alleen te halen.

Lees meer op managersonline.nl


Kamp: in crisistijd afwijken van cao

Bedrijven en deelsectoren moeten makkelijker, al dan niet tijdelijk, van bestaande bedrijfstak-cao’s kunnen afwijken.

Volgens minister Henk Kamp van Sociale Zaken vereisen de economische omstandigheden dat bedrijven hun arbeidsvoorwaarden sneller dan nu mogelijk is, moeten kunnen aanpassen aan veranderende marktomstandigheden. Dat schrijft de minister vandaag in een brief aan de Tweede Kamer.

Dispensatie­beleid

Begin 2012 wil Kamp met een voorstel komen tot aanpassing van het huidige ‘dispensatie­beleid’. De plannen zullen vrijwel zeker de macht van sociale partners inperken van wie centrale afspraken over loonsverhogingen, scholing of pensioen nu vrijwel ­automatisch algemeen verbindend worden verklaard door de overheid. Daarmee gelden die ­afspraken soms wel tot vijf jaar lang voor alle bedrijven die binnen een sector vallen, ook al zijn ze geen partij bij cao-onderhandelingen.

Volgens CDA-Kamerlid Eddy van Hijum kunnen bedrijven in crisistijd gered worden door ze al dan niet tijdelijk van die nalevingplicht te ontheffen. Te denken valt aan het even niet hoeven uitbetalen van de afgesproken loonsverhoging. Hij riep in oktober op tot een fundamentele discussie over de rol die de overheid hierin zou kunnen spelen. Kamp zal in reactie daarop sociale partners, en andere belanghebbenden, in het eerste kwartaal van 2012 een nieuwe set regels voorleggen die bepalen wanneer bedrijven in aanmerking komen voor zo’n ontheffing.

Lees meer op:

http://fd.nl/economie-politiek/614507-1111/kamp-in-crisistijd-afwijken-van-cao?visited=true


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 1.491 other followers